Visie Omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen

Terug naar Visieteksten

Vanuit de opdrachtverklaring stellen we ons tot doel alle bewoners een warme zorg aan te bieden met aandacht voor de individuele mens, zijn wensen en behoeften. Vanuit een holistisch mensbeeld wensen wij de oudere maximaal in zijn waardigheid te ondersteunen en dit op fysiek, psychisch, sociaal en existentieel vlak.”

Vrijheidsbeperkende maatregelen (fixatie) zijn alle handelingsmethoden, materiaal of uitrusting die aan of in de buurt van het lichaam van de bewoner aangebracht worden. Dit met als doel om de betrokken persoon te beveiligen of te beschermen tegen zichzelf of iemand in de omgeving of om storend gedrag te onderdrukken.

Het gebruik van fixatie kan leiden tot ernstige beperking van de bewegingsvrijheid, zelfstandigheid en zelfredzaamheid en heeft een impact op de beleving van de bewoner. Anderzijds kunnen vrijheidsbeperkende maatregelen een gevoel van veiligheid en stabiliteit geven. Het hangt dus sterk af van persoon tot persoon en van situatie tot situatie.

De voorziening zal vanuit een zorg-ethisch standpunt zeer omzichtig omgaan met beslissingen tot fixatie. We willen in de eerste plaats een fixatiearm beleid voeren, waarbij we een evenwicht zoeken tussen veiligheid en vrijheid. We willen iedere situatie individueel benaderen vanuit de bezorgdheid voor het totale welzijn van de betrokken persoon. We zullen vrijheidsbeperkende maatregelen minimaal toepassen en maximaal zoeken naar alternatieven.

Bij het toepassen van fixatie moeten de voordelen steeds opwegen tegenover de nadelen en moet gezocht worden naar de minst ingrijpende maatregel om de meest menswaardige zorg- en dienstverlening te garanderen. Fixatie dient ook zoveel als mogelijk beperkt te worden in de tijd.

Het al of niet toepassen van een vrijheidsbeperkende maatregel moet een weloverwogen multidisciplinaire keuze zijn, waarbij de bewoner maximaal betrokken wordt. Met de bewoner of de vertegenwoordiger en zonodig de familie, dienen alle risico’s, zowel op lichamelijk als op psychosociaal vlak en de keuzemogelijkheden te worden besproken.

De waarden en normen van de bewoner (waardigheid, autonomie, integraal welzijn en zelfredzaamheid) staan hierbij centraal. Vanuit een maximale informatieverstrekking en verschillende keuzemogelijkheden kan de wilsbekwame bewoner mee kiezen voor de meest menswaardige en haalbare optie. Bij een wilsonbekwame bewoner moet de hulpverlener proberen een inzicht te krijgen in wat voor de bewoner als belangrijk ervaren wordt in zijn huidige beleving om van daaruit samen met de vertegenwoordiger en / of familie een beslissing te nemen.

Hierbij verwijzen we naar de procedure “vrijheidsbeperking”.

ondersteund door