Visie Zorg voor een menswaardig levenseinde

Terug naar Visieteksten

Met deze visietekst wenst de vzw Cassiers woon- en zorgcentrum zijn standpunt rond de zorg voor een menswaardig levenseinde te verduidelijken en bekend te maken aan bewoners, familieleden, medewerkers, stagiairs, … . Deze tekst vertrekt vanuit enerzijds de opdrachtverklaring en anderzijds het wettelijk kader inzake patiëntenrechten, palliatieve zorg en euthanasie en wil de betrokkene hierin helpen wegwijs te maken en hen ondersteunen in het bespreekbaar maken en optimaal begeleiden.

De opdrachtverklaring vermeldt hierbij: “ … Het woon- en zorgcentrum Cassiers is een christelijk geïnspireerde voorziening, … Vanuit deze bezieling creëren wij een warm menselijke, kwaliteitsvolle en persoonsgerichte leef-, woon- en zorgomgeving. We stellen het welzijn van de hulpvrager centraal. Wij bieden warme zorg met aandacht voor de individuele mens, zijn wensen en behoeften. …”

Als uitgangspunt van de goede, warme zorg wordt de waardigheid van de kwetsbare mens centraal gesteld. Warme zorg aanbieden kan enkel wanneer dit op een waardige manier gebeurt en wanneer rekening wordt gehouden met de autonomie, competenties en kwetsbaarheden. Hierbij is de zorgrelatie zeer belangrijk, met als centraal doel de kwaliteit van leven en het subjectief welbevinden van de oudere.

Menswaardige zorg betekent dat de bewoner recht heeft op goede zorg en beoogt dat de bewoner tot op het einde zijn unieke waardigheid kan behouden door maximaal rekening te houden met de wensen, de levenskwaliteit en de levensvisie van de bewoner.

Hierbij staan bespreekbaarheid, dialoog en begeleiding centraal, zodat we maximaal kunnen rekening houden met de wens, de waardigheid en de levensvisie van elke individuele bewoner.

Een menswaardig levenseinde maakt deel uit van een kwaliteitsvolle zorg voor het leven van elke mens.


1. Visie op vroegtijdige zorgplanning

Vroegtijdige zorgplanning is het resultaat van overleg met de bewoner en/of de vertegenwoordiger, zijn vertrouwenspersoon, arts en het multidisciplinair team, waarin onderhandelde afspraken rond zorg tot stand komen. Deze zorgvisie beoogt een kwaliteitsvolle zorg voor alle bewoners, waarbij de levenskwaliteit primeert. De eindigheid van het leven wordt hierbij aanvaard en wordt bespreekbaar gesteld.
Vroegtijdige zorgplanning stelt het individu in staat om zijn/haar wensen in verband met de toekomstige zorg aan het levenseinde kenbaar te maken, voorafgaand aan het moment dat er medische beslissingen moeten worden genomen en de betrokken persoon niet meer kan beslissen.
Het doel van vroegtijdige zorgplanning is de zorg bij het levenseinde beter te doen aansluiten bij de wensen en de voorkeuren van de bewoner.
De wensen of beslissingen kunnen neergeschreven worden in een vroegtijdig zorgplan. In de loop van het verblijf kan de bewoner zijn wensen op zorg bij het levenseinde steeds bijsturen. De bewoner wordt uitgenodigd tot een gesprek, maar is ook vrij om deze te weigeren.

2. Visie op palliatieve zorg

De zorg voor een menswaardig levenseinde willen we verzekeren door de uitbouw van een palliatieve zorgstructuur en –cultuur. Iedere bewoner heeft het recht zijn leven comfortabel af te ronden samen met zijn naaste familie of betekenisvolle anderen. Palliatieve zorg beoogt bij te dragen tot een menswaardig sterven. Hierbij wordt gesteund op enkele belangrijke pijlers:

  • Sterven “mag”, het is een natuurlijk en normaal proces, horend bij het leven.

  • Sterven is een totaal gebeuren waarbij het welzijn in al zijn dimensies centraal staat. Palliatieve zorg heeft aandacht voor psychische, fysische, sociale en spirituele aspecten van het leven en sterven.

  • Palliatieve zorg wil de dood niet uitstellen noch versnellen, maar verzekert het grootst mogelijk lichamelijk, psychisch, relationeel en spiritueel comfort.

  • Palliatieve zorg vertrekt vanuit een bewonersgerichte houding waarin kwaliteiten als nabijheid, aanwezigheid, empathie, warmte, genegenheid, verbondenheid en solidariteit centraal staan.

De palliatieve hulpverlening wordt steeds voorbereid, verleend en opgevolgd door een multidisciplinair team.

Met een goed uitgebouwde palliatieve zorg wordt beoogd om een intensieve zorgverlening aan te bieden die volgende zaken omhelst:

  • Het sterven kan in eigen vertrouwde omgeving;

  • Het lichamelijk comfort en de pijnbestrijding worden verzekerd;

  • Er wordt bijzondere aandacht gegeven voor sociale, psychische, emotionele en spirituele noden van de bewoner;

  • De privacy en de autonomie van de bewoner en zijn familie worden in de zorg geïntegreerd;

  • De familie wordt als een volwaardige partner in de palliatieve zorg betrokken;

  • Het zorgteam zal een open communicatie en een vlotte samenwerking met familie en/of zijn naaste omgeving en zorgverleners nastreven.

Wanneer de klassieke pijn- en symptoombestrijding onvoldoende zijn en de klachten niet kunnen onderdrukt worden, kan, in overleg met arts, bewoner, vertrouwenspersoon of vertegenwoordiger, de palliatieve sedatie in overweging worden genomen.

3. Visie op het niet starten en/of staken van levensverlengende medische behandelingen in de terminale fase

Technische ontwikkelingen in de geneeskunde geven voortdurend aanleiding tot nieuwe behandelingsmogelijkheden die het leven kunnen verlengen. Niettegenstaande de evolutie bereikt elk leven een punt waar niets meer kan gedaan worden, tenzij zorg.

Beslissingen omtrent het al dan niet starten en staken van levensverlengende medische behandelingen in de terminale fase moeten op zeer zorgvuldige wijze genomen worden waarbij maximaal rekening gehouden wordt met de medisch-technische aspecten, de ethische afwegingen, maar ook met de persoonlijke gevoeligheden van alle betrokkenen.

Deze beslissingen moeten op een geïndividualiseerde basis genomen worden en gericht zijn op het bevorderen van het welzijn van de bewoner.

Een medische handeling is in principe steeds gericht op het bereiken van therapeutische winst. Medische behandelingen die redelijkerwijze niet tot therapeutische winst aanleiding kunnen geven, verliezen hun rechtvaardiging en kunnen bijgevolg niet gestart of dienen gestaakt te worden.

Over het algemeen is het ‘gemakkelijker’ niet te starten met een levensverlengende behandeling dan een dergelijke behandeling te stoppen.

Hoewel de eindverantwoordelijkheid voor beslissingen omtrent medische behandelingen gedragen wordt door de huisarts, kiezen we in het besluitvormingsproces voor een dialoogmodel waarbij de inbreng van alle betrokkenen : bewoner, arts, verpleegkundig team, familie, vertegenwoordiger, wordt gewaardeerd.

In onderscheid met levensverlengende medische behandelingen mag palliatieve zorg nooit achterwege gelaten worden.

4. Hoe omgaan met euthanasievragen

Elke vraag rond het levenseinde – waaronder ook de vraag naar euthanasie – wordt individueel en met de grootste zorg behandeld.

Binnen onze voorziening willen we een eventuele vraag om euthanasie steeds aandachtig beluisteren en bespreekbaar stellen. Immers in de omgang met dergelijke vraag staat de bespreekbaarheid en de begeleiding centraal.

Bij elk te zetten stap wordt vertrokken vanuit het overlegmodel, waarbij een multidisciplinair team overlegt met bewoner-patiënt, vertrouwenspersoon en de behandelende arts. In dit proces draagt de arts telkens de eindverantwoordelijkheid. Het is de arts die de wettelijke toepasbaarheid van de euthanasievraag nagaat.

Samen wordt op zoek gegaan naar het onderliggend motief voor de vraag en worden de alternatieve oplossingen tegen elkaar afgewogen. In dit zoekproces wordt de palliatieve zorg steeds naar voor geschoven als de meest waardevolle vorm van deskundige comfortzorg in het licht van het naderend einde.

Binnen de voorziening wordt gesteld dat de medewerkers van het woon- en zorgcentrum niet participeren, noch in de voorbereiding noch in de uitvoering van euthanasie. Toch is het belangrijk dat we de bewoner en zijn omgeving niet in de steek laten en de nodige begeleiding voorzien.

5. Wetgeving, bibliografie en procedures

  • Wet op de patiëntenrechten - dd. 22 augustus 2002

  • recht op kwaliteitsvolle dienstverlening

  • recht op informatie over uw gezondheidstoestand, vermoedelijke evolutie – inzage in uw dossier - laten bijstaan door vertrouwenspersoon

  • voor elke medische beslissing is een vrije en geïnformeerde toestemming nodig van de patiënt (of zijn vertegenwoordiger) dwz. recht op toestemmen voor en weigeren van ingrepen

  • recht op weigeren via een voorafgaande wilsverklaring

  • kans om zelf een vertegenwoordiger aan te stellen

  • Wet op de palliatieve zorg - dd. 14 juni 2002

  • Wet op de euthanasie - dd. 28 mei 2002

  • VVI-advies 7: ‘Niet starten en/of staken van levensverlengende medische behandelingen in de terminale fase’

  • VVI-advies 1: ’Zorg voor een menswaardig levenseinde’

  • Procedure palliatieve zorg

  • Procedure euthanasie

  • Procedure vroegtijdige zorgplanning

ondersteund door